Huiswerk overhoren


petra-foto-werk092016
Vier kinderen heb ik, en bij allemaal heb ik hun huiswerk overhoord. Bij de oudste veel en vaak, omdat zij het fijn vond als ik meekeek of ze wel hard goed genoeg had geleerd. Overigens kende ze het altijd perfect en was het overhoren meer gezellig dan nuttig. Een keer weigerde ik haar te overhoren. Het ging om een toets over seksuele voorlichting. Mijn kind van 12 moest dingen leren waar ik nog rode oortjes van kreeg! Ja, er stonden zelfs dingen vermeld waar ik het bestaan niet van wist! Ze riep wanhopig uit: ‘Straks haal ik een onvoldoende!’ En van mij had het op dat moment gemogen. De angst bleek ongegrond. Ze kwam thuis met een 10.

Mijn zoon wilde niets van overhoren weten. Af en toe trok ik hem er bij zijn lurfjes bij, maar vanaf de tweede klas van de middelbare school liet ik hem zijn eigen zaakjes regelen. Af en toe vroeg hij hulp met de planning in drukke tijden, maar meer niet.
Mijn inmiddels volwassen, en qua trekjes nog puberale dochter had me nooit nodig. Ze leerde ijverig en sloeg mijn aanbod af als ik voorstelde om te overhoren. Ooit stuurde ik haar naar boven om haar topografie te leren. Na 2 minuten was ze terug. Mijn gevoel zei dat het onmogelijk was dat ze haar hele topografie na 2 minuten kende en ontevreden stuurde ik haar terug. Ze was verbijsterd en geschokt dat ik haar niet geloofde. Na een minuut stond ze weer beneden en deze keer besloot ik haar te overhoren. En wat schetst mijn verbazing? Ze kende het volledig! Dit was de laatste keer dat ze mijn overhoor hulp accepteerde.

Jongste is weer heel anders. Ze moest even leren dat je huiswerk moet verdelen over een week. Televisie, vriendinnen en spelletjes: alles zorgde ervoor dat ze het vergat. Maar opeens veranderde er iets. Elke dag zag ik het huiswerk verschijnen. Ze leerde gewoon uit zichzelf! Ze had haar eigen leerstrategie gevonden en dat liep. De dagen voor de toets wordt me verteld wanneer ze me nodig heeft om te overhoren. En, eerlijk is eerlijk: bij dit kind is het overhoren een feestje. Het gaat gepaard met goede moed, gezang en veel momenten van slappe lach als ze een fout maakt. Engels leren vindt ze pittig en vooral de uitspraak is even vechten. Maar uiteindelijk danst ze door de kamer, zingende: ‘Let’s do it!’

Bij topografie en geschiedenis zijn de namen en de jaartallen even een gevecht. Toen ik het vorig jaar over Vincent van Gogh had riep ze uit: ‘Dat is toch die zanger die zijn oor eraf sneed!’ Inmiddels weet ze beter. Gisteren overhoorden we geschiedenis. Abel Tasman werd omgedoopt tot Abel Handtas. En die jaartallen zaten er nog even niet in.
‘Wanneer ontdekte hij Nieuw-Zeeland?’ Vroeg ik.
‘In 1942?’ Naar mijn gezicht kijkende vervolgde ze: ‘1842? 1742? 1642 dan!’
Vanochtend leek ze alles uiteindelijk dan toch te kennen. Ik duim alleen dat ze Abel Tasman opschrijft.
Al gun ik juf ook wel een pleziertje….

©PetraMJansen.

Oudergesprekken


petra-foto-werk092016

Oudergesprekken, je maakt wat mee! Met 4 kinderen is elk oudergesprek anders. Drie keer per jaar zitten ouders, leerkrachten en kinderen om de tafel. Bij elk kind met een ander gevoel. Vaak is al aan het gezicht van de leerkrachten te zien welke kant het gesprek op zal gaan. Ik zit klaar met pen en papier om het besprokene op papier vast te leggen. Daar sta ik om bekend. Leerkrachten reageren wisselend op mijn geschrijf, de een wat ongerust en goed oplettend wat hij of zij met me bespreekt, de ander maakt er grapjes over. Als ik treuzel om het te pakken wachten ze geduldig tot het papier op tafel ligt. Maar dan kan het gesprek toch echt beginnen!

Zo stond oudste dochter op school bekend als een meisje dat altijd vreselijk lief en hardwerkend van karakter was. Thuis kon ze zich enorme zorgen maken over proefwerken, werkstukken en presentaties. Ze werkte keihard en haalde prima cijfers; en nam geen genoegen met een zeven of lager. We moesten haar ijver indammen om ervoor te zorgen dat ze ook nog genoeg slaap en ontspanning kreeg. Tijdens de oudergesprekken kreeg ze veel complimenten. De leraren waren erg tevreden over haar. Bij die oudergesprekken was ze altijd rustig en beleefd en deed goed mee aan het gesprek. De gesprekken waren altijd rustig en prettig.

Zoonlief was buiten school heel actief met politiek, muziek, vrienden, vriendin en werk. Nooit zag ik hem studeren! Hij gaf aan dit in zijn vrije uren op school te doen. Bij oudergesprekken was hij zelden aanwezig omdat hij in de avonduren vergaderingen had.
De mentoren vonden hem een ‘coole gast’ en snapten dat hij niet aanwezig kon zijn. Ik vond hem inmiddels volwassen genoeg om zijn boontjes zelf te doppen. Met school werd afgesproken dat ouderavonden niet meer nodig waren, tenzij er problemen waren. Hij rolde zijn jaren door en zelfs toen hij de weken voor het eindexamen de ziekte van Pfeiffer kreeg wist hij nog met vlag en wimpel te slagen! Mijn ongeruste waarschuwingen sloeg hij in die jaren laconiek in de wind met de opmerking: “Mam, denk aan je hart! ”

De jongste: ach hoe lief nog. Praten over hoe het loopt op school. Haar rapporten zijn prima en ze is rustig in de klas. De oudergesprekken zijn gezellig, vrolijk en ontspannen. De leerkrachten zijn inmiddels al jaren bekenden voor me. Het is meer een gezellig bezoekje! Het laatste rapport ziet er weer mooi uit en ik maak me dan ook weinig zorgen over het aankomende gesprek.

Maar dan: 15-jarige dochter doet het meer dan goed op school. En toch is elk oudergesprek in haar bijzijn een groot avontuur. De mentoren moeten tijdens de gesprekken stiekem om haar lachen. Erachter komen waarom ze zo druk was bij biologie? Logisch toch! “Dat skelet kijkt me voortdurend aan en dat leidt me af!” Ook had de leraar dezelfde puntenslijper als thuis! Een dezelfde dag verkregen straf wegens veel kletsen was ze ‘vergeten’ aan me te vertellen. Toen een leerkracht die haar jarenlang had geholpen vroeg of ze er wat aan haar hulp had gehad, was het antwoord: “Eigenlijk had ik het prima zelf gekund.”

Het laatste gesprek was met meerdere leerkrachten. Één leerkracht begon het gesprek. Toen ik te snel een aanvulling wilde doen werd ik figuurlijk op mijn vingers getikt door deze enthousiaste man. Goed, hij had gelijk. Ik had hem even moeten aanhoren. Dochterlief voorzag dit van het volgende commentaar: “Jahaaaaa, even geduld, mam!!!”  Ze keek me hierbij corrigerend aan. Het leek mij verstandiger om niet te reageren. Ik liet alles op zijn beloop. Liet iedereen praten, luisterde en reageerde braaf op de momenten dat dat van me verwacht werd. En toen werd aan dochterlief uitgelegd dat je je kunt blind staren op problemen, maar dat het beter is oplossingsgericht te denken! Ze keek wat verbaasd en vroeg wat ze precies bedoelden. Na een heldere uitleg riep ze enthousiast dat ze het snapte. En dat ze het snapte wilde ze aangeven met het volgende voorbeeld: “Mama richt zich vooral op mijn problemen! Zij moet dus voortaan ook oplossingsgericht denken!!!” Hier herkende ik mijn ‘zwakke’ punt. Ik was perplex, de blikken waren op mij gericht. Lachende leerkrachten en een triomfantelijke blik van Jorine. De vlammen sloegen me uit en ik begon zenuwachtig te lachen. Ook de leraren begonnen te lachen. Ik heb gevraagd of ik de rest van het oudergesprek van onder de tafel verder mocht volgen.

Het gapen van Jorine aan het einde van het gesprek werd door haar uitgelegd. “Gisteren heb ik tot heel laat geleerd voor mijn proefwerken!” Jullie snappen dat het gesprek nu word afgerond. We mochten naar huis. Zij vrolijk en uitgelaten, weer helemaal fit. Ik wat stil, maar trots op dit kind. Volgende week is er weer een oudergesprek. Samen met  mijn 15 jarige dochter.

Ik kijk er nu al naar uit!

©Petra Jansen.

Kleine meisjes worden groot


Petra-2a
Puberdochter is inmiddels een ‘zo-goed-als-volwassen-dochter’ geworden. Dat kleine meisje dat ik aan de hand moest nemen, begeleiden en van alles moest leren is opeens uitgegroeid tot een verbazingwekkend zelfstandig meisje: een volwassen vrouw bijna.
Sinds de scheiding wonen wij met haar jongste zusje in een nieuw huis. Dochter heeft dit zonder mopperen meegemaakt en ziet dit leven als een nieuwe fase. Ze steunt me in mijn keus en in het nieuwe leven. Ze helpt uit zichzelf in het huishouden, heeft nadat ze school heeft afgesloten een baantje genomen omdat het thuis wat krap is. En als ik thuiskom van mijn werk is het eten gekookt en heeft haar jongste zusje de tafel gedekt. De was hangt aan de waslijn te wapperen en ze babbelt er vrolijk op los over wat zij die dag heeft gedaan.
Ze bekijkt mij ondertussen kritisch. Als ik af en toe omgepraat wordt door haar zusje die graag elke nacht bij mama slaapt, grijpt ze strak in. Ze verschoont het bed van haar zusje en zegt met strenge blik dat ze te groot is om bij mama te slapen. En ze heeft gelijk. Dus maken we het gezellig bij zusje in de slaapkamer en gaat deze definitief naar haar nieuwe domein.

Deze week sloot ze haar middelbare schooltijd af met een schitterend galafeest. Haar prachtige lange jurk hing al maanden te wachten in de kast. De schoenen had ze tijdens een uitje met haar vriend gekocht. In het oog springende mooie zilveren schoenen met indrukwekkende hakjes.
De avond voor het galafeest waren wij allebei zenuwachtig: zij openlijk en wat geërgerd, ik wat stiller dan anders. Al pratend kwamen wij tot elkaar en konden uiteindelijk toch nog slapen.
Dan eindelijk breekt die ‘Grote Dag’ aan. Ik moest nog werken, maar mocht om 3 uur naar huis. Dochterlief kwam net aanlopen met een schitterend kapsel, door de kapster gecreëerd! Aangezien vriend van dochter met moeder en broer langskwamen om foto’s te maken van dit pracht stelletje begon ik gestrest op te ruimen, maar uiteindelijk keerde de rust weer. Dochter moest op tijd eten en haar jurk aandoen. Ik werd naar boven geroepen om haar jurk dicht te maken. We hielden allebei onze adem in om de jurk dicht te krijgen. En jawel! Hij paste nog! Toen haar vriend aankwam stond ze klaar, ook nog prachtig opgemaakt. Wij moeders keken trots naar onze mooie kinderen. Hij, zorgvuldig aangekleed in blauw pak en prachtig overhemd, met schitterende schoenen en zijn haren keurig verzorgd.
Zij glimmend van trots om haar jurk en om haar vriendje die er zo mooi uitzag.
Even schoot er een brok in mijn keel, maar dat mag op zo’n dag en bij moeder van vriendje meende ik ook zoiets te herkennen….

Ze vertrokken na een barbecue bij vrienden met een prachtige Amerikaanse schoolbus. Een colonne van de meest prachtige voertuigen blokkeerde de straten van ons dorp. Wij maakten foto’s en kletsten er met andere ouders op los. Zelfs haar broer en schoonzus wisten nog op tijd aanwezig te zijn om hun zus langs te zien rijden. Het galafeest zelf vonden ze wat saai. Dat dan weer wel. Vandaar dat ze na een uurtje of wat in galakleding bij de plaatselijke friettent zijn gaan zitten om de hongerige magen te vullen. Door de stromende regen liepen ze naar het huis van een van de vriendengroep, waar nog wat gedronken werd. Dochterlief op blote voeten omdat ze zere voeten kreeg van haar zilveren- hoog gehakte schoenen. Uiteindelijk stonden ze om half 2 naast mijn bed, doorweekt maar glunderend. Ze hadden er een prachtige avond van gemaakt en doken snel elk hun eigen bed in.
De volgende ochtend ruimde ik de laatste resten van het feest op. Die prachtige zwarte schoenen van vriendlief lagen midden in de woonkamer: uitgetrapt en nat van de regen.
Glimlachend ruimde ik alles op en dacht terug aan mijn eigen studietijd. Was ik ook zo?

©PetraM Jansen.

Wachtkamerellende


Petra-2a
De laatste tijd kwakkel ik wat af. Een hernia in mijn nek en pijn in mijn rug door enkele versleten wervels. En ook een weerbarstige knie met slijtage. De dokters zien mij regelmatig verschijnen en daarom breng ik uren door in de wachtkamers.


En in die wachtkamers kijk ik mijn ogen uit. Allerlei soorten mensen, oud en jong, chique en slordig, zwart en wit; maar allemaal met zichtbare klachten. Ze komen waggelend, strompelend, met krukken of met rolstoel de wachtkamer binnen.
Wat me opvalt is dat deze mensen vaak begeleid worden door andere mensen zoals ouders, kinderen, buurvrouwen, buurmannen en ga zo maar door. Vertier genoeg dus.

Hele gesprekken worden er gevoerd! Van veel mensen weet ik na een half uur behoorlijk wat. De man met een pijnlijke achillespees die aan de telefoon midden in de wachtkamer luidruchtig aan iemand uitlegt hoe weinig begrip er voor hem is in dit ziekenhuis. Zijn afspraak bij de dokter loopt dan ook twintig minuten uit. En al die tijd maar wachten en wachten …

Dan komt er een oudere moeder binnen. Ze wordt gebracht door haar schoondochter en kleinzoon. Een keurige man springt op. Deze oudere moeder is niet zomaar een moeder. Het is zijn moeder. En deze man is niet zomaar een man. Nee: hij is arts in het ziekenhuis en laat dit ook duidelijk merken. Zijn vrouw kijkt niemand aan en duwt wat verlegen de rolstoel met daarin haar schoonmoeder, met moeite naar binnen terwijl haar man gewichtig, op niveau, geaffecteerd met zijn collega praat. Deze man is een bekende op de poli en dus krijgen hij en zijn moeder voorrang.

Inmiddels zijn de collegae geneesheren al een half uur uitgelopen.

Een forse dame bespreekt in tien minuten uitgebreid haar onlangs uitgevoerde kaakspieroperatie en gelijk vertelt ze dat ze overstromingen heeft gehad in haar huis. Verzekeringen, thuiszorg, alles wordt er bijgehaald en besproken! Zelfs de begrafenis van een buurvrouw, als saillant detail. Ondertussen hoest ze haar longen uit haar lijf wegens astma. Ook hiervan zijn wij inmiddels allemaal op de hoogte. Ze is één grote spraakwaterval! De oudere dame die naast haar zit vertoont al de eerste verschijnselen van uitputting en gaapt stiekem in de hoop dat niemand het ziet.
Drie kwartier later dan gepland zit ik in de spreekkamer van de dokter te wachten tot hij klaar is met de vorige patiënt. Het duurt lang voordat hij klaar is. Ik voel me duf en begin te gapen. Mijn zorgvuldig aangebrachte make-up lijdt hieronder. Ik wil een traan van het gapen wegvegen maar zie dan een grote zwarte veeg op mijn vinger. Ik krijg het warm bij het idee hoe groot de veeg inmiddels bij mijn oog is! Ik probeer paniekerig te redden wat er te redden valt en hoop dat de dokter nog even op zich laat wachten.

Vanuit de ene spreekkamer hoor ik allerlei geluiden van de nog steeds kwetterende dame, het getik van krukken, het gepiep van de wielen van een rolstoel en het getik op het toetsenbord door de dokter in de spreekkamer naast me. Iemand roept naar een bekende dat ze nu al een kwartier zoekt naar de goede poli en daar inmiddels ‘schijtziek’ van is.
Dan komt de dokter de spreekkamer binnen en neemt uitgebreid de tijd om de foto’s met mij te bekijken- en uit te leggen. Na dit gesprek loopt hij weg om even later terug te keren met een enorme injectienaald. Hij sluit gniffelend de deur achter zich en zegt dat ik nu niet meer kan vluchten.

En wat er toen gebeurde, dat willen jullie lezers natuurlijk niet weten.

©Petra Jansen.

De wit-goudkleurige steen


Petra-2a
De wekker loopt vandaag wel heel vroeg af voor een vakantiedag. Ik word vaag wakker op het moment dat hij afgaat. Ik draai me nog even om maar ben bang om weer in slaap te vallen. Half 8 is het. Wat een vroeg uur op deze donkere bewolkte dag. Ik sta op en loop naar de balkondeur. De frisse wind waait me tegemoet. Na de laatste dagen waar de temperatuur boven de 30 graden uitkwam is dit een verfrissing. Ik snuif de vochtige, frisse lucht op en kijk naar de donkere wolken die met grote snelheid door de lucht razen. De bladeren van de bomen bewegen, de takken buigen zwaar mee met de wind. Ik kijk naar de bloeiende, zoet geurende planten op het balkon. De aarde is zwart van het vocht. De vorige dagen smeekten ze om water door de verzengende hitte, maar nu is er zichtbaar water in overvloed. Deze dag is anders dan voorgaande dagen……

Ik sta twijfelend voor mijn kledingkast. Zo besluiteloos ben ik nooit. Het is onduidelijk wat voor weer het wordt. Buienradar geeft aan dat daar waar ik naar toe ga het op de grens is van droog warm weer en van een regen- en onweersbuien. Ik besluit een makkelijk zomerjurkje aan te doen en kleren mee te nemen voor als de regenbuien losbarsten. Na de koffie is het tijd om op te stappen en ruim op tijd vertrek ik. Op de galerij ligt de inhoud van mijn vuilniszak verspreid dankzij de meeuwen. Ik zal dus eerst moeten opruimen.

De dag verloopt anders dan verwacht. Ik voel het. Een onzeker en onrustig gevoel maakt zich van mij meester. Na het opruimen moet ik me haasten om de trein te halen. Wonder boven wonder ben ik op tijd. Ik stap in de trein en we vertrekken. In Rotterdam moet ik overstappen. Normaal is er een tussenstation. Waarom nu niet? Opeens zijn we er. Ik heb opgelet en weet zeker dat we niet gestopt zijn. Wat is er aan de hand? Iedereen stapt uit. Ik loop naar de deur en herken het perron. Ik sta vertwijfeld en verbaasd op het perron om me heen te kijken en zie dat er bijna niemand staat. Er staat Rotterdam Centraal op de borden. Het moet dus goed zijn. Ik loop de trap af van het perron en zie dat ik me moet haasten om de aansluiting te halen. Net op tijd kom ik boven bij het andere perron om in de trein te springen. De controleur doet zijn mededelingen maar door gekraak van de luidspreker is hij onverstaanbaar. De trein staat stil. Ik zie een kind naar zijn moeder zwaaien. Hard, maar ook wat ongerust. Voor het eerst op reis met oma, voor het eerst zonder mama.. Dan vertrekt de trein. Het kind zwaait nog harder. En dan ineens staat de trein weer stil. Het is net of er met de tijd gespeeld wordt. Of de tijd vooruit en nu achteruit gezet wordt. Ik voel me onrustig, raar. Verloren in een zee van tijd. Maar de tijd doet niet wat hij hoort te doen. De trein zet zich weer in beweging.

“Zorg dat je voor het donker thuis bent”, hoor ik je nog zeggen. Ik had er wat lacherig over gedaan. Dat zeiden mijn ouders vroeger ook. Maar ik ben nu een volwassen vrouw en reis wel vaker in het donker. Genieten van de rust en de stilte van de avond. Genieten van de maan, van de sterren, en de planeten; van de vliegtuigen die als kleine stipjes bewegen door de donkere lucht. De nacht is mooi en de straten zijn stil. Waarom zei je me zo indringend dat ik voor het donker thuis moest zijn? Ik stelde je de vraag. Je wilde me niet ongerust maken maar toch ook waarschuwen. Je had het over de zwarte bomen. Hierachter zijn gevaren. Het is hier niet zoals bij jou. Ik hoor het je nog zeggen.

De trein rijdt door. Ik kijk op mijn horloge. Het is half 11. Het is ochtend, bewolkt maar het regent niet. We bereiken de brug en rijden over de Maas. Als we aan de andere kant van de Maas komen betrekt het weer. De lucht wordt donkerder en donkerder. Ik verwacht elk moment een enorme onweersbui maar dat gebeurt niet. Wel wordt de lucht nog donkerder. Het wordt zelfs zo donker als de nacht. Ik kijk opnieuw op mijn horloge. Hij staat stil. Ik kijk op mijn telefoon waar normaal de tijd staat aangegeven en zie nu alleen maar streepjes. Ik kijk naar de schermen in de trein en ook deze staan op zwart. Er bekruipt me nu een gevoel van angst. Het lijkt wel of de tijd stil staat. De trein raast een zwarte donkere wereld door. Er is niets te zien, het lijkt wel nacht. Geen maan, geen sterren, geen straten met lantaarns: niets daarvan is er te zien. De trein lijkt door een zwarte tunnel te razen. Ik zie de mensen in de trein. Ze bewegen niet. Zij lijken te zijn bevroren in een houding zoals toen de trein wegreed. De trein heeft zo’n vaart dat het lijkt alsof ik tegen de rugleuning aangeplakt zit. Ik houd mijn adem in en voel me verstijfd van angst, en houd me vast aan de leuningen. Opeens voel ik de trein remmen. Ik kijk naar buiten of ik wat zie. Maar het is nog steeds donker. Een gitzwarte nacht ondanks dat het dag is. Er is geen station te zien en toch remt de trein. Hij gaat echt stoppen. Ik hoor en voel het sterke afremmen. Mijn horloge staat nog steeds stil. De mensen zitten nog steeds bewegingloos in hun stoelen.

En dan staat de trein stil. Er is geen geluid te horen. Ik besluit op onderzoek uit te gaan. Bij de deuren is niemand te zien. Ik druk op de gele knop en wacht. Het lijkt of de deur twijfelt. Even gebeurt er niets en dan gaat de deur krakend open. Ik tuur het donker in en zie dat we midden in een bos stilstaan. Een zwart donker bos, met bomen waarvan de takken zachtjes wiegen in de wind. Het lijkt of de takken armen zijn. Armen die me roepen en wenken. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en laat ze langzaam aan de duisternis wennen. Ik zie precies voor de treindeur een pad het bos in gaan. Ik stap aarzelend uit de trein. Het is nog steeds half 11 op mijn horloge. Hoe kan dit? Met kleine stapjes loop ik het pad op. De bomen hebben lange takken, net als treurwilgen. Terwijl ik over het pad loop strelen ze mijn hoofd en mijn armen. Ik zie dat het mistig wordt. De mist wordt dichter en dichter. Mijn haren plakken in mijn gezicht. Is dit van angst of van het vocht dat de mist verspreid?

De takken van de bomen bewegen meer en meer zonder dat er een vlaagje wind te voelen is. Opeens zie ik van alles bewegen achter de bomen. Doordat het zo donker is en de figuren ook zwart zijn is het moeilijk te zien wat het zijn. Maar dan probeert een hand mijn voet te pakken. Ik zie dat het een man is. Ik denk aan jouw woorden: zorg dat je voor het donker thuis bent. Je vertelde me over mannen achter bomen. Ik lachte je uit, maar nu denk ik aan je woorden terug. Het zweet breekt me uit. Ik zie dat achter bijna alle bomen zwarte wezens staan. Ze zijn klein, hebben zwarte kleding aan en hoge puntmutsen op. Je zou bijna denken dat het kabouters zijn. Hun gezichten kan ik niet zien. Wel dat ze me proberen ze pakken bij mijn voeten. Ik ren over het smalle pad en probeer de handen te ontwijken. En dan opeens staat er een vrouw voor me. Ze draagt witte, bijna witgoudkleurige kleding.

“Heb vertrouwen in jezelf”, zegt ze me. Ze geeft me een halsketting met een steen in de kleur van haar kleding. Ze doet hem bij mij om en zegt dat ik alles aan zal kunnen.
“Deze steen is je steun, je herinnering aan je eigen kracht. Kijk om je heen, vertrouw op de weg die je kiest. Ga nu en zoek die weg.”
Zo plotseling als ze kwam is ze ook weer verdwenen. Er is weer duisternis. Ik pak de steen in mijn hand en opeens voel ik dat ik de lucht in ga. Ik vlieg! De donkere wereld zie ik onder me voorbij gaan en ik reis een prachtige sterrenhemel tegemoet. Ik zie de maan en in zijn volle schijnsel verlicht hij het heelal. Ik voel me vrij en gelukkig.

Opeens hoor ik een stem. Ik sla mijn ogen op. Voor mij staat de treincontroleur en die kijkt mij wat ongerust aan. Hij roept me.
“Mevrouw! Moet u er hier niet uit? We zijn in Eindhoven! Het is 12 uur!”
Natuurlijk! Ik droomde alleen maar! Ik bedank hem en pak snel mijn spullen. Ik druk op de gele knop en spring de trein uit. Even blijf ik staan, nog duf van het slapen. Ik wrijf de slaap uit mijn gezicht. Uit gewoonte doe ik mijn kettingen netjes om mijn nek en dan voel ik iets wat daar niet hoort te zijn. In mijn hand glinstert die witgoudkleurige steen en een gelukzalig gevoel maakt zich van mij meester.

©Petra Jansen.

De fietstocht


Petra-2a

Vandaag is het een echte dag om er op uit te gaan. De zon schijnt volop en het is niet te warm. Precies zoals ik dat lekker vind. Dat ik niet de enige ben blijkt verderop wel uit mijn verhaal!

Ik heb vandaag een fris zomerjurkje aan en heb besloten de armen en benen maar eens bruin te laten worden!
Het is voor mij een vrije dag dus ik heb alle tijd. Ik pak mijn fiets en ga op mijn gemak richting het platteland hier net buiten ons dorp.
Nu woon ik al jaren op deze plek en ken ondertussen bijna alle mooie stukjes. Als ik het dorp uit rijd kom ik langs een grasveld met daarachter dichte struiken en hoge bomen. Op het grasveld huppelen wilde konijnen rond, de jonkies vrolijk springend achter hun moeders aan. Als ik het bruggetje over fiets waar de eenden zwemmen met hun inmiddels flink gegroeide kuikens, kom ik uit in the middle of nowhere en zie alleen nog maar bomen, struiken en weilanden. Het ruikt naar bloemen en vers gemaaid gras.
Opeens zie ik een aantal pony’s in het gras grazen. Een paar kijken mij even aan, maar zijn te druk om me meer aandacht te geven. Een pony ligt in het gras te rollen en te draaien en blijft stil op z’n zij liggen en kijkt mij daarbij lodderig aan. Zijn vacht zit onder de grassprieten. Hij geniet van het mooie weer. Dat is wel te zien en het werkt nog aanstekelijk ook!

Ik geniet van mijn fietstocht en fiets verder!

Bij een oud wit huis lopen drie ezeltjes rond. De man die daar woont hangt over het hek en kijkt tevreden naar zijn land en prachtige dieren. Wat een heerlijk plekje is het hier. Rust en stilte regeren en dat is tegenwoordig heel zeldzaam. Ik rijd door en kom uit bij een weiland met schapen. Vol verwachting lopen ze naar me toe in de hoop dat ik wat te eten heb meegenomen, maar aangezien ik niets van hun bestaan hier wist gaat dat feest helaas niet door. Opeens hoor ik de kerkklok van onze mooie grote Lambertuskerk twaalf keer slaan. Zelfs het carillon laat van zich horen en dus wordt het tijd om naar huis te gaan, want mijn hongerige kinderen komen naar huis!
Terug op het fietspad ga ik op huis aan. Verderop springt het stoplicht op rood om de grote weg over te steken, terug naar de bewoonde wereld.

Aan de overkant zie ik de Pim-Pam-Pet club van ons dorp staan. Dat is de 60+wandelclub die wacht op groen licht om over te steken. Ze lijken er zin in te hebben. Getooid in dezelfde kleuren waarbij een normaal mens vlekken voor de ogen krijgt lijkt het alsof ze een uniform dragen. Gestoken in afritsbare broeken en slobberende shirts waarin uitgerekte boezems richtingloos zwabberen. Ondanks de hitte dragen ze windjacks en niet te vergeten enorme wandelschoenen waarmee bergwandelaars doorgaans hun bergpaden betreden. Maar de enige berg die zij betreden is hooguit het stoeprandje.
Voorop staat de ‘leidinggevende’ in een oogverblindend geel hesje. Nou ja, voorop? Het is een zooitje ongeregeld! De groep van een man of 20 staat verspreid over de stoep en op het grasveld, en niet te vergeten: het fietspad! Ze kletsen elkaar de oren van het hoofd.

Dan springt het licht op groen. De akela roept: “GROEN!” en de stoet zet zich tegelijk in beweging. Niet alleen op de stoep, maar ook op het fietspad. Het fietspad waar ik fiets. De akela roept met luide stem “FIETS!” Maar helaas, hij wordt niet gehoord! De wandelaars kijken mij wat suffig aan maar doen geen stap opzij! Ik stap af en wring me hortend en stotend door de groep. Als ik aan de overkant aankom kijk ik nog even perplex om!
Waar zijn de ouderen waar ik in de bus voor opsta, die ik voor laat gaan in de winkel? Ergens zullen ze zijn maar niet in onze 60+ Pim-Pam-Pet wandelclub!

©Petra Jansen.

Floor de waakpoes


Petra-2a

Sinds een dag of drie is er onrust in huis. De garage wordt aan de buitenkant gerenoveerd.
Eergisteren stond er opeens een vreemde man in de tuin met veel soorten materialen en gereedschappen. En die gereedschappen hadden elk één ding gemeen: ze maakten een vreselijke herrie. Tussen de bakstenen werd het oude cement weggehaald. De brokstukken vlogen in het rond.

Voor de keukendeur staan onze drie poezen in een rijtje klaar om hun ochtendwandeling te beginnen. Maar zodra ik de deur open zie ik ze twijfelen. Floor zet een paar stapjes naar buiten maar tegen zoveel lawaai is zelfs ons stoere poezenbeestje niet opgewassen! Ze rennen weer geërgerd naar binnen en delen elkaar flinke tikken uit, en besluiten dan het huis binnen onveilig te maken. Ze rennen trap op- trap af tot ze uitgeput in slaap vallen; ieder op een eigen verdieping.

De tweede dag van de renovatie verloopt anders. We zien de ‘werkman’ maar heel even. Met een hoge drukspuit spuit hij de garage schoon! Overal in de tuin liggen plassen water.
Kijk! Dit is pas interessant! Eindelijk kunnen de dames en heer naar buiten om deze plassen water te bestuderen. Pootjes erin en afschudden. Slokje drinken terwijl je in huis bakjes met fris drinkwater hebt staan. Het maakt niet uit, ze hebben dolle pret en kunnen gelukkig weer naar buiten!

De derde en laatste dag van de renovatie is aangebroken. Om half 8 staan de poezen weer voor de keukendeur, klaar om naar buiten te rennen. Floor gelooft haar ogen niet. Alweer staat er een vreemde man in de tuin, met een helm en een kruiwagen.
Prinses en Zwiebertje rennen angstig naar binnen maar Floor raapt alle moed bij elkaar en gaat recht voor de man staan. Ze heeft er nu wel genoeg van en staat naar de man te grommen als een stoere waakpoes! De man moet er erg om lachen want Floor ziet er klein, lief en heel ongevaarlijk uit.
Zolang hij aan het werk is staat ze er met haar roze neusje bovenop om te kijken of hij zijn werk wel naar behoren uitvoert.
Na een uur is de man klaar. De rust keert terug en over elkaar rollebollend rennen de drie poezenbeesten naar buiten, klaar voor nieuwe avonturen!

©Petra Jansen.